Bacterievuur (of perenvuur in de volksmond) is een plantenziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Erwinia amylovora. De ziekte kan veel economische schade veroorzaken in de fruitsector. Wie het Hageland kent, weet dat er in deze streek zeer veel fruitteelt is. De ziekte komt vooral voor in fruitplantages, maar ook in slecht onderhouden particuliere tuinen bij sierkers, meidoorn, lijsterbes, vuurdoorn en andere sierplanten. Zieke bomen en struiken lopen in korte tijd ernstige schade op en sterven zelfs af. De ziekte kan zeer snel uitbreiden. Bij hoge temperaturen en vochtig weer in de lente, vermenigvuldigen de bacteriën zeer vlug. Bloesems, vruchten, bladeren en twijgen verkleuren en verschroeien. De ziekte ontstaat enkel bij volgende waardplanten: peer (Pyrus), appel (Malus), meidoorn (Crataegus), dwergmispel (Cotoneaster), mispel (Mespilus), kweepeer (Cydonia), vuurdoorn (Pyracantha) en krentenboompje (Amelanchier). Deze waardplanten dragen dan de ziekte aan de fruitplantages over. Vooral de meidoornhagen zijn de grote boosdoener, want als deze hagen niet goed onderhouden worden, zijn zij de ideale voedingsbodem voor de bacterie. Reeds in september 2008 drong Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Reekmans (Lijst Dedecker) al aan om werk te maken van de bestrijding van bacterievuur. Als Glabbeekse gemeenteraadslid diende hij een voorstel in om meidoornhagen te schrappen uit de haagpakketten van IGO-Leuven. Het gemeentebestuur van Glabbeek en IGO-Leuven vonden toen dat sensibilisering wel zou volstaan... Helaas, het probleem is sindsdien enkel verergerd. Intussen heeft een fruitteler uit Tienen reeds 1400 perenbomen moeten rooien en een fruitteler in Glabbeek recent nog een gans perceel bomen.
Lokale besturen kunnen economische schade voorkomen
Bacterievuur is zeer besmettelijk en kan enorme economische schade met zich mee brengen (50000 euro/ha). Jaarlijks worden er vele besmette bomen gerooid. Soms moeten hele plantages eraan geloven. De voorbije jaren is de ziekte fel uitgebreid en fruittelers zijn bang dat ganse oppervlaktes zullen moeten worden gerooid. Zeker omdat er geen gewasbeschermingsmiddelen om de ziekte te bestrijden voorhanden zijn. Om de ziekte te voorkomen, moeten er dus preventieve maatregelen genomen worden. Fruitteler Luc Borgugnons, tevens landbouwspecialist voor Lijst Dedecker, en volksvertegenwoordiger Peter Reekmans zijn al geruime tijd voorvechters voor een grondige aanpak van deze problematiek. Sinds verleden jaar is er per KB van 23 juni 2008 een strenge Belgische wetgeving voor handen. Eén groot probleem is echter dat de lokale overheden niet op de hoogte zijn van de problematiek en deze wetgeving, laat staan de toepassing ervan nastreven. De wetgeving verplicht namelijk dat burgers die in het bezit zijn van waardplanten van Bacterievuur hun planten snoeien in de winterperiode, meer bepaald tussen 1 november en 1 maart. Ook moet iedere burger bij vaststelling van bacterievuur de ziekte verwijderen tot 50 cm onder het ziektebeeld. Aangetaste bomen en takken moeten ter plaatse verbrand worden. Soms is men zelfs verplicht om ganse hagen te rooien. Zelfs openbare terreinen waar men deze waardplanten kan vinden, worden niet onderhouden en vormen een gevaar.
Het FAVV bracht eind verleden jaar een folder uit, en richtte PCE’s (ProvincialeControleEenheden) op om haarden van bacterievuur te melden. In West-Vlaanderen werden er al talrijke initiatieven genomen via een samenwerking tussen het FAVV, de provincie, de gemeentebesturen en de fruittelers. In Vlaams-Brabant komt een degelijke bestrijding van het bacterievuur echter niet van de grond, terwijl het Hageland een zeer kwetsbaar gebied is. Lijst Dedecker zal in de provincieraad van Vlaams-Brabant een tussenkomst doen bij de gouverneur om dringend tot actie over te gaan en een samenwerking op te zetten tussen de sector en de lokale overheden. Ook zullen de mandatarissen van Lijst Dedecker dit op de agenda van de Hagelandse gemeenteraden plaatsen.
Lijst Dedecker wil het probleem ernstig aanpakken
Omdat de ziekte snel uitbreidt en de lokale overheden niet of nauwelijks optreden, moeten we durven initiatief nemen en dient de wetgeving aangepast te worden. Particulieren die deze waardplanten aanschaffen, moeten beter geïnformeerd worden en de lokale overheden in het Hageland moeten de locaties waar deze waardplanten zich bevinden beter in kaart brengen.
Volksvertegenwoordiger Peter Reekmans en landbouwspecialist Luc Borgugnons van Lijst Dedecker stellen na gesprekken met de fruitsector zelf voor om de waardplanten in kaart te brengen. Burgers en openbare instanties moeten bestaande en nieuwe aanplantingen van waardplanten melden bij de gemeentelijke milieudienst. De lokale overheid moet tevens in deze problematiek beter gaan samenwerken met het FAVV, de milieuambtenaar heeft in deze een cruciale rol te vervullen. Dit biedt verscheidene voordelen : de locaties waar de waardplanten zich bevinden zijn bekend, men kan bij de melding de burger informeren over de gevaren en een jaarlijkse controle doen op goed onderhoud. Als men bij controle vastgesteld heeft dat de aanplanting slecht onderhouden is, dan kan de gemeente de eigenaar ervan verplichten zich in regel te stellen of de groendienst inschakelen om op kosten van de eigenaar dit te doen. Iemand die zijn aanplanting normaal onderhoudt, zal dus geen problemen ondervinden.
Lijst Dedecker wil met dit voorstel de fruittelers beter beschermen en voorkomen dat de waardplanten door de burgers niet meer mogen worden aangeplant, zoals dit nu in bufferzones rond boomkwekerijen al het geval is. Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Reekmans zal hiervan werk maken in de commissie Landbouw om deze problematiek met de juiste wetgeving op te lossen.
Download KB 23 juni 2008 m.b.t. bestrijding bacterievuur
Controleer uw eigen tuin en help bacterievuur bestrijden! Les 4: waarschuw de gemeentelijke milieudienst of het FAVV Bacterievuur bezorgt vooral fruitkwekers kopzorgen. Maar ook u bent (misschien) betrokken partij. Vele sierstruiken zijn immers ook gevoelig voor de ziekte. Ook tuinen kunnen dus ‘geïnfecteerd’ zijn, en op die manier ook een mogelijke bron van nieuwe infectie. De eerste vraag die u zich moet stellen is of er in uw tuin bacterievuurgevoelige planten staan. Is het antwoord ‘ja’, geen paniek, de plant is niet noodzakelijk geïnfecteerd. Dé maanden waarin de ziekte in de regel toeslaat zijn mei/juni. Het meest typerende ziektebeeld is de bruin-, zwartverkleuring van de bloesems, vruchten, bladeren en jonge twijgen (als door ‘vuur verschroeid’). Twijgen en bladeren krullen daarbij ook typisch om.
Denk je de ziekte vast te stellen?
Les 1: genezing van de ziekte met chemische middelen is niet mogelijk!!
Les 2: snoei zieke plantendelen weg, tot minstens 50 cm (!) onder de zichtbare aantasting, rooi de aangetaste plant desnoods helemaal!
Les 3: vernietig het weggesnoeide of gerooide hout, het liefst door verbranding.
Terwijl je met dit alles bezig bent, let je erop dat je tijdens je werken de ziekte niet verder verspreid :
1) vermijd contact tussen gezond en weggesnoeid hout
2) zorg dat je met je handen niet constant vergrijpt van geïnfecteerd naar gezond hout.
3) pak weggesnoeide takken goed in
4) Ontsmet je snoeimes tussen twee knippen door (Dettol heeft bijvoorbeeld kiemdodende werking)
Artikel Vlaams infocentrum land –en tuinbouw: "Verscherpte aandacht voor bacterievuur is nodig" (30/6/09) De voorbije weken werd een ernstige opflakkering van bacterievuur vastgesteld in de fruitplantages in ons land. De ziekte kan enorme economische schade veroorzaken bij professionele fruit- en boomkwekers. De provincie West-Vlaanderen en Vlaams parlementslid Peter Reekmans (LDD) roepen ook de eigenaars van particuliere tuinen op tot verhoogde waakzaamheid. Bacterievuur wordt veroorzaakt door de bacterie Erwinia amylovora. Bij aantasting verkleuren, verdorren en verschrompelen bloesems, bladeren en twijgen. De ziekte komt vooral voor in fruitplantages, maar ook in slecht onderhouden particuliere tuinen. Op korte tijd lopen de besmette planten ernstige schade op. Er zijn geen gewasbeschermingsmiddelen voorhanden om de ziekte in te dijken. “De telers zelf doen er alles aan om binnen hun kwekerij de ziekte onder controle te houden, maar dat is niet genoeg. Een flink pak van de ‘infectiedruk’ speelt zich voornamelijk af buiten de fruitteeltbedrijven, op alle mogelijke waardplanten”, luidt het bij de provincie West-Vlaanderen. Waardplanten zijn planten die met bacterievuur kunnen geïnfecteerd worden. Naast appel- en perenbomen zijn vooral verschillende sierstruiken uit de rozenfamilie gevoelig voor de ziekte. Geïnfecteerde planten moeten vernietigd worden. De landbouwdienst van West-Vlaanderen raadt particulieren aan om de ziektehaarden op te ruimen door de zieke plantendelen weg te snoeien tot minstens 50cm onder de zichtbare aantasting. “Dit moet zeer voorzichtig gebeuren, zodat de ziekte zich niet verder verspreid”, klinkt het. Bij te grote infectie is het beter om de hele boom of struik te rooien. Het snoeihout moet grondig vernietigd worden. “Het mag in de tuin zeker geen tweede leven krijgen, anders wordt het een bron van nieuwe infecties”. Daarom raadt de provincie eigenaars van tuinen aan om het snoeihout in een afgesloten verpakking naar de verbrandingsoven te brengen. Daar moet het met verpakking worden verbrand en niet gecomposteerd. Vlaams parlementslid Peter Reekmans looft de initiatieven die er in West-Vlaanderen worden genomen om particulieren te sensibiliseren, maar hij vindt dat in andere provincies en zeker in de provincie Vlaams-Brabant veel te weinig wordt ondernomen. “Met zijn uitgebreide fruitplantages is het Hageland een zeer kwetsbaar gebied. Toch komt een degelijke bestrijding van bacterievuur er niet van de grond”, stelt hij. Reekmans roept de Vlaams-Brabantse provincieraad dringend op tot actie. “De provincie moet particulieren die deze waardplanten aanschaffen, beter informeren en de lokale overheden in het Hageland moeten de plaatsen waar waardplanten zich bevinden beter in kaart brengen”. Volgens Reekmans zal Lijst Dedecker in de toekomst ook initiatieven nemen om één en ander om te zetten in wetgeving.
In de pers: Bacterievuur bedreigt onze peren Fruittelers roepen om waarschuwingscampagne en strengere controle De Hagelanse peren worden bedreigd door het bacterievuur. Het gevolg van ongesnoeide meidoornhagen, die de bacterie overdragen op de perenbomen. De fruittelers vragen een sensibiliseringscampagne. 'De wet zegt dat meidoornhagen gesnoeid moeten worden voor ze in bloei staan. Het overgrote deel van de Vlamingen weet dat niet' Marc Reynaerts, fruitteler Hoeveel Hagelandse peren krijgen we dit jaar op ons bord? De kans bestaat dat het er een pak minder zijn dan anders, want het bacterievuur heeft al flink wat perenbomen in de Hagelandse fruitbedrijven aangetast. Het bacterievuur - perenvuur in de volksmond - is jammer genoeg niet makkelijk te 'blussen'. De gevolgen voor een geïnfecteerde boom zijn drastisch: meteen de brandstapel op. De fruittelers vragen nu dat de overheid in actie schiet. Een grootschalige sensibiliseringscampagne en een intensieve controle kunnen soelaas brengen. Want het bacterievuur, perenvuur in de volksmond, wordt misschien ook wel door u, onbewust, in de hand gewerkt. Grote boosdoener is de meidoornhaag. Dat is een van de acht planten die drager is van de bacterie. Iedereen kent de meidoornhagen ongetwijfeld als de mooie, witte bloementapijten met de rode bessen die je her en daar langs de weg ziet staan. Alleen: geen mens weet dat de meidoornhaag, die ongesnoeid nota bene op haar mooist is, gesnoeid moet worden nog vòòr de haag in bloei staat. Hagen die niet goed onderhouden worden, zijn immers een ideale kweekvijver voor de bacterie en kunnen op die manier ook fruitbomen in de omgeving aantasten. Vraag dat maar aan fruitteler Marc Reynaerts uit Tienen. Hij moest onlangs 1.400 aangetaste perenbomen omhakken. 'Een volledige hectare', zucht hij. 'In een klap was ik zes jaar productie kwijt. Een enorm financieel verlies, ik schat het op zo'n 65.000euro. Het is natuurlijk niet alleen dat. Doordat ik her en der bomen moest uitdoen en jonge bomen in de plaats moest planten, is de uniformiteit van mijn boomgaard weg. Dat maakt dat ik hem op een andere, minder gunstige manier, moet behandelen. Vergelijk het met een tv-programma: als je als tv-maker op de hele familie - kinderen, ouders en grootouders - mikt, zijn de mogelijkheden ook beperkt. Geweld mag niet voor de kinderen, kinderachtige dialogen zijn niet leuk voor de ouders en luide, flitsende televisie, kan dan weer niet voor de grootouders. Wel, in een boomgaard met zowel oude als jonge bomen zit ik met hetzelfde probleem.' Nochtans is het volgens Reynaerts niet zo moeilijk om maatregelen te treffen. 'Zet vanuit de overheid een sensibiliseringscampagne op touw. Want het staat weliswaar in de wet dat meidoornhagen gesnoeid moeten worden voor ze in bloei staan, het overgrote deel van de Vlamingen weet dat niet. Bovendien moet daar ook een grondige controle op gebeuren. Preventief kan je als fruitteler immers niets beginnen tegen het bacterievuur. Regelmatig controleren of de bomen niet zijn aangetast, dat is het enige.' Wat is het bacterievuur nu precies? Concreet gaat het om de bacterie Erwinia Amylovora. Die komt voor op fruitbomen, maar ook op sierplanten als de meidoorn , de mispel, de vuurdoorn, de lijsterbes, de Japanse kwee en het krentenboompje. Veel heeft de bacterie niet nodig om zich als een sneltrein te vermenigvuldigen. Een warme, vochtige lente volstaat. Een aangetaste plant wordt zwart en sterft af. De ziekte treft vooral de perenbomen van de Doyenne de Coumisse, Durandeau en Conference peer. In de jaren tachtig offerde het bacterievuur miljoenen peren. De jongste jaren lijkt het er op dat we een heropflakkering voor de kiezen krijgen. Fruitteler Veulemans verliest 1.700 bomen Fruitteler Peter Veulemans verloor de jongste jaren 1.700 perenbomen aan het bacterievuur. Dit jaar moest hij al tweehonderd bomen verbranden. De boomgaard van het Glabbeekse fruitbedrijf Veulemans Fruit oogt op sommige plaatsen bijzonder kaal. Dit jaar moesten al tweehonderd bomen omgehakt worden. Samen met de 1.500 bomen die er de afgelopen drie jaar aan moesten geloven brengt dat de teller op 1.700 perenbomen. 'Een zwaar financieel verlies', zucht Peter Veulemans. 'Aan productie alleen al kost ons dat zo'n 25.000 euro. Tel daar dan ook nog eens alle werkuren bij en dan staat de teller als snel op enkele miljoenen oude Belgische franken. Want een aangetaste boom moet je onmiddellijk verwijderen. Dan is het dus alles laten vallen en meteen aan het snoeien gaan. Dat kost ons een pak tijd.' De Hagelandse fruittelers zitten met de handen in het haar, want ze kunnen zich niet wapenen tegen de bacterie. 'Vroeger mochten we sproeien, maar dat is intussen verboden', zegt Peter. 'Bovendien is de wetgeving een beetje dubieus. Volgens de letter van de wet moeten de aangetaste bomen ter plaatse verband worden. Maar je mag natuurlijk ook geen vuurtje stoken op je erf. Gevolg: als ik de aangetaste perenbomen verbrand, zijn er telkens buren of voorbijgangers die de politie en de brandweer verwittigen. Tja, op die manier weet je op den duur niet meer wat je wel of niet mag doen.’ Veulemans verwijst naar de provincie West-Vlaanderen. 'Daar is het planten van meidoornhagen in de ruime omgeving van fruitbedrijven verboden', zegt hij. 'Ik zeg niet dat in het Hageland een verbod moet worden ingevoerd, maar misschien moet er wel strenger gecontroleerd worden of de mensen de meidoornhagen wel op tijd snoeien. Op die manier zouden al een pak minder perenbomen aangetast worden. Want tenslotte zijn er een heleboel fruittelers actief in het Hageland.' (IBO) IGO Leuven schrapt meidoorn uit plantacties IGO Leuven schrapt de meidoornplanten uit de lijst van planten die de dienst verdeelt voor haagplantacties. In het verleden wees men al op de snoeiplicht. 'Een meldingsplicht zou nuttig zijn' Volksvertegenwoordiger Peter Reekmans (LDD) Iedereen is het erover eens: een van de grote boosdoeners in het hele bacterievuurverhaal is de (ongesnoeide) meidoornhaag. Opmerkelijk: tijdens de afgelopen haagcampagne van IGO Leuven bood de organisatie ook de bewuste meidoornhaag aan in haar hagenpakket. 'Niet slim', vinden de fruittelers. 'Op die manier deel je de hagen uit en zeg je bij manier van spreken: ga je gang, verspreid de bacterie maar! Want er is haast geen mens die weet hoe de haag onderhouden moet worden.' IGO Leuven slaat intussen mea culpa.' Bij de nieuwe haagcampagne zullen we hier rekening mee houden', zegt Walter Op de Beeck, afdelingshoofd Milieu. 'De meidoornhaag zal dan niet meer in het pakket aangeboden worden.' Op de Beeck ontkent wel dat IGO Leuven door het aanbieden van de bewuste haag in het pakket als het ware een vrijgeleide gaf om de bacterie te verspreiden. 'Absoluut niet. Tijdens de jongste haagcampagne hebben we er bijvoorbeeld bewust een sensibiliseringscampagne aan gekoppeld. Zo hebben we de mensen erop gewezen dat onbeheerde hagen een gevaar vormen voor de perenteelt en dat de meidoornhaag verplicht gesnoeid moet worden.' Volksvertegenwoordiger Peter Reekmans (LDD) vraagt dat eigenaars van de draagplanten van de bacterie verplicht worden dat te melden op de gemeentelijke milieudiensten. Op die manier kan de lokale overheid ook makkelijker controles uitoefenen op het al dan niet snoeien van de hagen. (IBO) Bron: Het Nieuwsblad 1/7/09
In de pers: Bacterie bedreigt fruitteelt Fruittelers Marc en Jan Reynaerts zijn slachtoffer geworden van het zogenaamde bacterievuur. Vorig jaar moesten ze ongeveer een hectare perenbomen rooien. Ook dit jaar moeten ze infectiehaarden verwijderen. "Het is een toenemend probleem", zeggen de twee. "Er bestaat vandaag geen enkel goed middel om de infectie te stoppen." Bacterievuur of in de volksmond perenvuur is een plantenziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Erwinia Amylovora. De ziekte kan veel economische schade veroorzaken in de fruitsector. Het Hageland vormt dus een gunstig doelwit. De ziekte komt vooral voor in fruitplantages, maar ook in slecht onderhouden particuliere tuinen bij sierkers, meidoorn, lijsterbes, vuurdoorn en andere sierplanten. Bij hoge temperaturen en vochtig weer in de lente vermenigvuldigen de bacteriën zeer vlug. Preventie Marc en Jan van fruitbedrijf Reynaerts kennen als geen andere de problemen van perenvuur. Ze moesten een deel van hun perenbomen rooien. "Het kost ons zes jaar voor we aan onze nieuw geplante bomen dezelfde vruchten kunnen bekomen, als de jonge bomen tegen dan niet opnieuw aangetast zijn", zeggen ze. "Dit jaar zijn we sneller controle beginnen doen. Waar nodig, verwijderen we manueel preventief infectiehaarden in de hoop dat we ver genoeg gesnoeid hebben, zoniet blijft de boom verder verzieken en sterft die uiteindelijk af. Dergelijke controle is een zeer arbeidsintensief werk en kost een fruitbedrijf een massa werkuren." Wetgeving Vlaams Volksvertegenwoordiger Peter Reekmans uit Glabbeek schreef een brief aan de provincie om de problematiek aan te kaarten. "Sinds vorig jaar is er rond perenvuur een strenge Belgische wetgeving van kracht. Eén groot probleem: de lokale overheden zijn vaak niet op de hoogte van de problematiek en deze wetgeving, laat staan dat ze de toepassing ervan nastreven. Die wetgeving verplicht burgers, die in het bezit zijn van waardplanten van bacterievuur, hun planten te snoeien in de winter." Initiatieven Het federaal voedselagentschap (FAVV) bracht een folder uit en richtte provinciale controle-eenheden op om haarden van bacterievuur te melden. "In West-Vlaanderen werden al initiatieven genomen via een samenwerking tussen het FAVV, de provincie, de gemeentebesturen en fruittelers", weet Marc Reynaerts. "Dit moet ook dringend gebeuren in onze provincie." Toch is er ook goed nieuws uit de fruitsector. "De productie van peren ligt dit seizoen vrij hoog", zegt Marc Reynaerts nog. "Bovendien zorgt het aangename zomerweer ervoor dat het suikergehalte in de vruchten vrij hoog ligt. Dat gehalte bepaalt in grote mate de smaak. Alleen jammer als er door de bacterie minder fruit is." Bron: HLN 3/7/09
Bron: www.vilt.be (Vlaams infocentrum land –en tuinbouw) - meer informatie: www.bacterievuur.be







































